Update – Kort geding over de Brexit en het EU burgerschap

Christiaan Alberdingk Thijm / 30 jan 2018

Op 17 januari 2018 vond bij de rechtbank Amsterdam het kort geding over de Brexit en het EU Burgerschap plaats waarover wij al eerder berichtten. Lees hier onze dagvaarding en pleitnota. De voorzieningenrechter Mr F.B. Bakels zal naar verwachting op 7 februari 2018 uitspraak doen.

 

Tijdens de zitting, die ruim 2,5 uur duurde, stelden eisers dat het de vraag is of de consequentie van Brexit is dat Britten automatisch hun EU burgerschap en de daaraan verwante rechten verliezen. Deze rechten worden gegarandeerd door artikel 20 van het Verdrag betreffende de Werking van de EU (“VWEU”). De bepaling creëert een apart burgerschapsrecht. Uit eerdere rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU (“HvJEU”) blijkt dat de rechten van EU burgers autonome bescherming genieten, naast de nationaliteit van een lidstaat. Eisers verzochten de rechter vragen te stellen aan het HvJEU wat de consequentie van Brexit is voor het EU burgerschap.

 

Op dit moment vinden er in Brussel onderhandelingen plaats over de rechten van Britse burgers na de Brexit. Of de EU en het VK een akkoord zullen bereiken is onzeker. De onderhandelende partijen gaan er vanuit dat de Britten hun EU burgerschap verliezen na Brexit. Op 8 december is een “voldoende voortgang” rapport uitgebracht, waaruit deze veronderstelling blijkt.

 

De EU burgerschapsrechten staan onder druk nu het VK artikel 50 van het Verdrag betreffende de EU (“VEU”) heeft ingeroepen. Artikel 50 VEU regelt de terugtrekking van een lidstaat uit de EU. Het inroepen van artikel 50 VEU door het VK heeft een groot aantal vragen opgeroepen over de procedure van terugtrekking. Het is bijvoorbeeld onduidelijk in hoeverre het terugtrekkingsakkoord nog door de overige lidstaten moet worden geratificeerd. Eisers hebben de rechtbank daarom verzocht om ook vragen te stellen aan het HvJEU over hoe artikel 50 moet worden geïnterpreteerd.

 

Verweerders, de Nederlandse staat en de gemeente Amsterdam, vertegenwoordigd door Pels Rijcken & Drooglever Fortuijn, stelden onder meer dat de zaak een politieke aangelegenheid is en er geen echt geschil is. Niettemin betwistten zij de interpretatie van eisers van artikel 20 VWEU.

 

Diverse media hebben hieraan aandacht besteed, zie onder meer:

 

Voor meer informatie over het kort geding, kunt u contact opnemen met:

Christiaan Alberdingk Thijm

+31 20 7606505

Christiaan.alberdingkthijm@bureaubrandeis.com

Gerelateerde artikelen

Eerste liefde

Hans Bousie / 20 sep 2021

Als alles goed is komt er in maart 2022 weer een “normale” Boekenweek, met een normaal Boekenbal. En met normaal bedoel ik dan natuurlijk dat we met z’n allen opgepropt in de gangen van de…

Het begrip “onderscheidend vermogen” in het merkenrecht

Syb Terpstra / 17 sep 2021

Allerlei tekens kunnen een merk vormen. Denk bijvoorbeeld aan woorden, persoonsnamen, tekeningen, letters, cijfers, kleuren, vormen, geluiden, hologrammen, etc. Essentieel is dat een teken onderscheidend vermogen moet hebben om merk te kunnen zijn. Het onderscheidend…

Inval van de ACM: Do’s & Don’ts bij een Dawn Raid

Bas Braeken & Jade Versteeg & Lara Elzas & Timo Hieselaar & Demi van den Berg & Berend Verweij / 14 sep 2021

Door Covid-19 heeft de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”) lange tijd geen bedrijfsbezoek uitgevoerd maar de verwachting is dat met de huidige versoepelingen de ACM de komende tijd actief zal zijn in het uitvoeren van…