HvJEU: hyperlinken naar illegaal materiaal levert soms auteursrechtinbreuk op

Christiaan Alberdingk Thijm / 08 sep 2016

Hyperlinken naar auteursrechtelijk beschermde werken met winstoogmerk en kennis van het illegale karakter van de publicatie waarnaar wordt gelinkt, levert een inbreuk op het auteursrecht op. Dat heeft het Hof van Justitie EU (“HvJEU”) op 8 september bepaald.

De zaak is voor eisers Sanoma en Britt Dekker behandeld door bureau Brandeis (Christiaan Alberdingk Thijm en Caroline de Vries).

Naar de uitspraak werd door auteursrechtdeskundigen in de hele EU reikhalzend uitgekeken. Aan het ene kant van de discussie stonden degenen die vinden dat hyperlinken nooit auteursrechtinbreuk oplevert. Aan de andere kant van het spectrum stonden degenen die vinden dat hyperlinken naar illegaal materiaal altijd auteursrechtinbreuk opleverde. Het HvJEU kiest nu voor een middenweg: soms wel inbreuk, soms niet. Het is precies de tussenoplossing die bureau Brandeis voor Sanoma heeft mogen bepleiten.

De zaak betrof het plaatsen van hyperlinks door GeenStijl (GS Media) naar een Playboy-reportage van Britt Dekker die nog niet in het maandblad was gepubliceerd.

Ondanks de sommaties van Sanoma, weigerde GS Media de betrokken hyperlinks te verwijderen.

Volgens Sanoma heeft GS Media hierdoor inbreuk gemaakt op het auteursrecht.

In zijn arrest stelt het HvJEU vast dat het auteursrecht een rechtvaardig evenwicht beoogt te waarborgen tussen, enerzijds, het belang van de auteursrechthebbenden en, anderzijds, de bescherming van de belangen en fundamentele rechten van gebruikers van beschermd materiaal, met name hun vrijheid van meningsuiting en van informatie, alsmede van het algemeen belang.

Meerdere criteria

Het HvJEU merkt op dat het begrip „mededeling aan het publiek” een geïndividualiseerde beoordeling vergt, waarbij rekening moet worden gehouden met meerdere, elkaar aanvullende criteria. Twee criteria acht het HvJEU bij hyperlinken van doorslaggevend belang, namelijk of de hyperlinker een winstoogmerk nastreeft met het plaatsen van de link en of hij kennis heeft van het illegale karakter van de link.

Particulieren

Het HvJEU erkent dat het met name voor particulieren die hyperlinken, moeilijk kan zijn om na te gaan of het gaat om werken die worden beschermd en, in voorkomend geval, of de houders van auteursrechten op die werken toestemming hebben gegeven voor publicatie daarvan op internet.

Wetenschap

Gelet op deze omstandigheden oordeelt het Hof dat wanneer vaststaat dat een hyperlinker wist of moest weten dat de hyperlink die hij heeft geplaatst toegang geeft tot een illegaal op internet gepubliceerd werk, bijvoorbeeld doordat hij daarover gewaarschuwd is door de auteursrechthebbenden, de verstrekking van die link een „mededeling aan het publiek” vormt.

Winstoogmerk

Bovendien kan, wanneer het plaatsen van hyperlinks geschiedt met winstoogmerk, van de hyperlinker worden verwacht dat deze de nodige verificaties verricht om zich ervan te vergewissen dat het betrokken werk niet illegaal is gepubliceerd. Dientengevolge moet worden vermoed dat die plaatsing is geschied met volledige kennis van de beschermde aard van het werk en het eventuele ontbreken van toestemming voor de publicatie op internet door de auteursrechthebbende. In dergelijke omstandigheden en voor zover dit vermoeden niet is weerlegd, vormt de handeling bestaande in het plaatsen van een aanklikbare link naar een illegaal op internet gepubliceerd werk, een „mededeling aan het publiek”.

GS Media pleegt inbreuk

In de onderhavige zaak staat volgens het HvJEU vast dat GS Media met een winstoogmerk hyperlinks heeft verstrekt naar de bestanden met de foto’s, en dat Sanoma geen toestemming had gegeven voor de publicatie van deze foto’s op internet. Bovendien lijkt uit de weergave van de feiten in de beslissing van de Hoge Raad voort te vloeien dat GS Media zich bewust was van het illegale karakter van die publicatie en dus niet het vermoeden kan weerleggen dat plaatsing van deze links is geschied met volledige kennis van het illegale karakter van die publicatie. Derhalve heeft GS Media, onder voorbehoud van door de Hoge Raad uit te voeren verificaties, door deze links te plaatsen een „mededeling aan het publiek” verricht.

Gerelateerde artikelen

HvJEU in Renckhoff: kopiëren, plakken en uploaden mag niet

Caroline de Vries & Sam van Velze / 11 sep 2018

De zaak Renckhoff houdt de gemoederen in auteursrechtland al enige tijd bezig. De opvallende conclusie van Advocaat-Generaal Campos Sánchez-Bordona van april dit jaar had nogal wat discussie veroorzaakt. Zoveel discussie, dat deze opinie één van…

Rechtspraak informatierecht week 19

Oskar Mulder / 11 mei 2018

bureau Brandeis publiceert wekelijks een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht. Week 19: 7 mei 2018 t/m 11 mei 2018 EHRM 9 mei 2018, no. 52273/07, Stomakhin v. Russia (Press release)(A violation…