Vermoeden van een misstand melden? Zo voorkom je problemen als klokkenluider

bureau Brandeis / 06 jan 2017

Eduard Douwes Dekker, beter bekend als de schrijver Multatuli, is misschien wel Nederlands bekendste klokkenluider. Met zijn boek Max Havelaar stelde hij de koloniale misstanden in Nederlands-Indië aan de kaak. Ofschoon Max Havelaar al gauw in heel Europa werd verkocht en Douwes Dekker alom werd geprezen en bewonderd om zijn literaire kwaliteiten, bleven de door hem beschreven misstanden – ernstig machtsmisbruik door lokale regenten in Nederlands-Indië – in stand. Douwes Dekker zelf kreeg te maken met financiële moeilijkheden, het uitblijven van promotie en gebrek aan eerherstel door de Nederlandse regering.

Inmiddels is er veel veranderd. Toch is het voorbeeld van Multatuli klassiek. Veel klokkenluiders ondervinden nog steeds negatieve gevolgen van het melden van misstanden. Een klokkenluider die misstanden in een bedrijf of een organisatie aan de kaak stelt, kan door het melden van die misstanden worden gezien als een onwelkome nestbevuiler en op zijn werkplek in het gedrang komen. Hierbij kan het gaan om negatieve bejegening door collega’s, pesten, bedreiging, isoleren, schorsing, geen promotie maken, geen salarisverhoging krijgen, geen verlof krijgen, overplaatsing of zelfs ontslag.

Tegen dergelijke strafexpedities, die het gevolg zijn van klokkenluiden, kunnen klokkenluiders sinds juli 2016 uitdrukkelijk rechtsbescherming ontlenen aan de wet. Daarbij is het goed als klokkenluider een aantal voorschriften in acht te nemen.

Wet Huis voor klokkenluiders

Op 1 juli 2016 is de Wet Huis voor klokkenluiders in werking getreden. Met de wet wordt mogelijk gemaakt dat werknemers melding kunnen maken van ‘een vermoeden van een misstand waarbij het maatschappelijk belang in het geding is’ zonder dat zij daarbij hoeven te vrezen voor benadeling.

Het beoogde grotere belang van de wet is dat maatschappelijke problemen aan het licht kunnen komen die anders – doordat degenen die op de hoogte zijn van een misstand zwijgen uit vrees voor de gevolgen van openbaarmaking ervan (juridische procedures, baanverlies, financiële moeilijkheden) – verborgen zouden blijven.

De wet heeft tot doel – de Kamerstukken in deze en de volgende alinea verkort weergevend – de voorwaarden voor het melden van maatschappelijke misstanden binnen organisaties te verbeteren, door onderzoek naar misstanden mogelijk te maken en melders van misstanden beter te beschermen. De wet voorziet in de oprichting van een ‘Huis voor klokkenluiders’, dat onderzoek doet naar maatschappelijke misstanden en aanbevelingen doet om problemen op te lossen. Dit Huis zal de verzoeker wanneer deze dat wil ook adviseren en begeleiden. De wet voorziet daarnaast in een Fonds voor klokkenluiders, dat verzoekers zo nodig financieel ondersteunt.

Het Huis voor klokkenluiders wordt onderdeel van de Nationale ombudsman, maar staat open voor meldingen uit zowel de publieke als de private sector. Bij de uitvoering van haar taken kan het Huis zich laten bijstaan door bestaande organisaties en deskundigen. Het Huis brengt jaarlijks verslag uit van haar werkzaamheden. Daarin wordt aangegeven welke onderzoeken zijn gedaan wat met de aanbevelingen is gebeurd.

Benadelingsverbod: arbeidsrechtelijke bescherming voor klokkenluiders

Een belangrijk beschermingsonderdeel voor aspirant-klokkenluiders is het nieuwe civielrechtelijke benadelingsverbod. De werkgever mag de werknemer niet benadelen als gevolg van het te goeder trouw en naar behoren melden van een vermoeden van een misstand als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet Huis voor klokkenluiders tijdens en na de behandeling van deze melding bij de werkgever of de daartoe bevoegde instantie (artikel 7:658c BW). Een werknemer die te goeder trouw en zorgvuldig melding maakt van een vermoeden van een misstand wordt arbeidsrechtelijk beschermd.

Om in aanmerking te komen voor deze bescherming tegen benadeling in de rechtspositie van de werknemer, is het raadzaam als klokkenluider de volgende drie uitgangspunten in acht te nemen:

  • Te goeder trouw: de werknemer die een misstand meldt moet ‘te goeder trouw’ zijn. Dit betekent dat een werknemer materieel zorgvuldig moet handelen. Van materieel zorgvuldig handelen is sprake wanneer de (potentiële) klokkenluider een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft dat de desbetreffende feiten juist zijn. Dit is een kwestie van gezond verstand. Verder is van belang dat met de (interne) bekendmaking een maatschappelijk belang in het geding is, dan wel kan zijn. Ten slotte moet het belang van externe bekendmaking in maatschappelijk opzicht prevaleren boven het belang van de werkgever bij geheimhouding. Er moet kortom sprake zijn van een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden van een misstand en de werknemer moet zuivere motieven hebben. Een valse melding, bijvoorbeeld gedaan uit rancune of jaloezie, dient uiteraard altijd achterwege te blijven. Ook een goedbedoelde slag in de lucht, een onbestemd ‘gevoel’, geruchten, verhalen van anderen of speculaties volstaan niet. Het vermoeden van een misstand moet voortvloeien uit de kennis die de klokkenluider bij zijn werkgever (of bij een bedrifj of organisatie waarmee hij in aanraking is gekomen via zijn werk) zélf heeft opgedaan. Anderzijds gaat het om een vermoeden van een misstand en zekerheid is dus niet vereist. Naar dat vermoeden van een misstand moet nu juist onderzoek worden gedaan.
  • Naar behoren melden: de werknemer die een misstand meldt moet dit ‘naar behoren’ doen. Dit betekent dat een werknemer procedureel zorgvuldig moet handelen. Van zorgvuldig handelen is sprake wanneer de (potentiële) klokkenluider de desbetreffende feiten eerst intern aan de orde stelt, zo nodig tot op het hoogste niveau, tenzij dat in redelijkheid niet van hem kan worden gevergd of strijdig is met het maatschappelijk belang. Daarvan is bijvoorbeeld sprake wanneer degenen aan wie men geacht wordt te melden, zelf betrokken zijn bij het misstand en van diegenen dus geen heil te verwachten valt. Verder geldt dat indien de interne melding niet tot verbetering of herstel van het misstand leidt, de feiten op een passende en evenredige wijze extern bekend moeten worden gemaakt. Dit brengt met zich dat de klokkenluider het vermoeden van een misstand moet melden bij een ‘daartoe bevoegde instantie’. Hieronder vallen bijvoorbeeld de politie, een inspectie of een andere toezichthouder. Zonder meer een misstand aan de media of andere derden melden (al dan niet na eerst de route van interne melding te hebben gevolgd) is onverstandig. Het melden van misstanden aan de media kan voor een bedrijf of organisatie ernstige reputatieschade tot gevolg hebben die niet meer in verhouding staat tot het misstand dat wordt gemeld. Om ook aan dit gerechtvaardigde belang tegemoet te komen, is er de huidige regeling: het benadelingsverbod biedt een adequaat beschermingsregime voor de klokkenluider dat externe melding aan de media overbodig maakt.
  • Misstand als bedoeld in de wettelijke regeling: het moet gaan om een misstand die onder de reikwijdte van de wettelijke regeling valt. Het moet gaan om een misstand waarbij het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten

Opmerking verdient nog dat een rechter doorgaans zal toetsen of er causaal verband aanwezig is. Er moet sprake zijn van een oorzakelijk verband tussen de melding van een misstand en de benadeling door de werkgever van de klokkenluider. Een arbeidsconflict of kritiek op het beleid en de gang van zaken binnen de onderneming die niet samenhangen met of het gevolg zijn van de melding en die tot benadeling leiden, volstaan niet.

Voor (kosteloos) deskundig vertrouwelijk advies en hulp over deze zaken kunnen aspirant-klokkenluiders zich wenden tot het Huis voor klokkenluiders. Het Huis kan u adviseren of er sprake is van een misstand en waar u het misstand moet melden.

Komt het onverhoopt toch tot een procedure, dan kunt u uiteraard bij bureau Brandeis terecht voor adequate bijstand.

Gerelateerde artikelen

Richten en missen in de enqueteprocedure

Floor Eikelboom / 07 mei 2020

Recent overwoog de Hoge Raad dat de enquêteprocedure is gericht op het belang van de rechtspersoon (die voorwerp is van deze procedure). Dat lijkt stating the obvious. Maar als je er wat langer over nadenkt,…

Coronavirus-helpdesk

Hans Bousie & Stefan Campmans / 25 mrt 2020

Juist in tijden van nood, zoals nu vanwege het coronavirus, is bureau Brandeis er voor haar cliënten. Vandaar dat bureau Brandeis voor u klaarstaat met een coronavirus-helpdesk. De verspreiding van het coronavirus raakt alle bedrijven…