Rijdt de ISU een mededingingsrechtelijk scheve schaats?

Nammy Vellinga / 03 okt 2016

Als voetballer spelend bij een Nederlandse club word je automatisch lid van de KNVB. Stel je voor dat het door dit verplichte lidmaatschap voor de voetballer in kwestie onmogelijk zal worden om te voetballen op straat. Een vergelijkbare situatie lijkt zich voor te doen in de schaatswereld.

Op 5 oktober 2015 maakte de Europese Commissie (Commissie) bekend een formeel onderzoek te starten naar de toelatingsregels van de internationale schaatsbond (ISU). Dit doet zij naar aanleiding van een klacht van twee Nederlandse schaatsers.[1] De toelatingsregels houden in dat een schaatser enkel kan deelnemen aan wedstrijden (of evenementen) die door de ISU zijn goedgekeurd. Deelname aan een niet-goedgekeurde wedstrijd kan een levenslange schorsing van de schaatser voor de internationale schaatscompetitie tot gevolg hebben. De vraag die voorligt is of de ISU het mededingingsrecht schendt.

Hoe zit de schaatswereld organisatorisch in elkaar?

De ISU is door het Internationaal Olympisch Comité (IOC) erkend als partij om kampioenschappen voor kunstschaatsen en hardrijden op de schaats te organiseren. De nationale schaatsbonden zijn aangesloten bij de ISU. Dit betekent dat de ISU in een unieke positie verkeert, omdat zij bij uitstek de regels omtrent de toelating tot haar kampioenschappen kan bepalen. Op de professionele schaatsers en de ISU zijn de Europese mededingingsregels echter gewoon van toepassing aangezien zij een economische activiteit uitoefenen. De Commissie overweegt daarbij overigens dat regels met betrekking tot sport niet in strijd zijn met het Europese mededingingsrecht wanneer zij een legitiem doel dienen en wanneer de daardoor gecreëerde restricties inherent en evenredig zijn aan het bereiken van die doelstelling.[2]

Op 27 september 2016 heeft de Commissie voorlopig bepaald dat de toelatingsregels van de ISU mogelijk in strijd zijn met artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).[3] Artikel 101 VWEU verbiedt kort gezegd concurrentieverstorende overeenkomsten tussen ondernemingen. De nationale bonden hebben met behulp van het vehikel ISU afgesproken dat schaatsers kunnen worden gesanctioneerd indien zij deelnemen aan niet-erkende evenementen.

De vermeende concurrentieverstorende situatie

Het sanctiesysteem van de ISU heeft naar verwachting tot gevolg dat sporters zich niet inlaten met niet-erkende c.q. goedgekeurde evenementen. Het risico om dientengevolge een professionele carrière te verspelen is immers aanzienlijk. De meest verstrekkende sanctie leidt tot een levenslange schorsing van de schaatser voor alle belangrijke internationale wedstrijden zoals onder meer de Olympische Winterspelen. Doordat de schaatser wordt weerhouden zich in te laten met niet-erkende c.q. goedgekeurde evenementen, worden partijen die niet zijn aangesloten bij de ISU mogelijk belet om dergelijke evenementen te organiseren. De niet aangesloten partijen zijn namelijk niet in staat om professionele schaatsers aan te trekken of te laten deelnemen. Op deze manier wordt de concurrentie beperkt, hetgeen in strijd met artikel 101 VWEU kan zijn.

De ISU heeft een mededeling van punten van bezwaar (Statement of Objections) ontvangen, hetgeen een formele stap is in het onderzoek van de Commissie. De ISU meent vanzelfsprekend dat de punten van bezwaar van de Commissie ongegrond zijn.[4] De ISU krijgt nu de mogelijkheid te reageren op de mededeling van punten van bezwaar waarna de Commissie verder zal gaan met haar mededingingsonderzoek.

Mijn voorspelling? Binnenkort mogen professionele schaatsers gewoon hun eigen alternatieve wedstrijden organiseren.

[1] Persbericht Europese Commissie, Mededinging: Commissie begint formeel onderzoek naar regels internationale schaatsbond voor uitsluiting sporters (IP/15/5771), 5 oktober 2015 Brussel.

[2] Persbericht Europese Commissie, Mededinging: Commissie maakt bezwaar tegen toelatingsregels internationale schaatsbond ISU (IP/16/3201), 27 september 2016 Brussel.

[3] Persbericht Europese Commissie, Mededinging: Commissie maakt bezwaar tegen toelatingsregels internationale schaatsbond ISU (IP/16/3201), 27 september 2016 Brussel.

[4]  International Skating Union, ISU believes that the European Commission’s antitrust allegations are unfounded, 27 september 2016 Lausanne.

Gerelateerde artikelen

Over APPAs, MFNs en een eigenzinnige Duitse mededingingsautoriteit

Timo Hieselaar & Bas Braeken & Jade Versteeg / 08 okt 2020

De opkomst van online (boeking)platforms in digitale markten vormt al enige tijd een hersenkraker voor mededingingsautoriteiten. Zo hebben de meeste nationale mededingingsautoriteiten in Europa sinds 2015 kennis gemaakt met een bepaald soort overeenkomsten: across-platforms parity…

Kwartaalbericht Kartelschade #1 2020

Hans Bousie & Louis Berger & Sophie van Everdingen & Nathan van der Raaij & Tessel Bossen / 30 sep 2020

Hierbij presenteren wij u het eerste kwartaalbericht van 2020 over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. U kunt het kwartaalbericht hier inzien. Ontvangt u de volgende editie van ons kwartaalbericht graag per…

Student-stage bij bureau Brandeis: EU Competition & Regulation

Bas Braeken & Jade Versteeg / 24 sep 2020

Het (Europees) mededingingsrecht is een dynamisch rechtsgebied waar met analytisch inzicht en kennis van de markt het juridisch kader op inventieve manier wordt toegepast. Ondernemingen kunnen worden geconfronteerd met handhavend optreden door de mededingingsautoriteiten of…