Jozua van der Beek

Partner

Jozua van der Beek is partner bij bureau Brandeis. Hij procedeert bij de Hoge Raad in civiele zaken. Op het gebied van corporate en commercial litigation procedeert Jozua ook bij de rechtbanken en de gerechtshoven. Daarnaast houdt hij zich bezig met het tot stand brengen van internationale collectieve schikkingen van massaschade. Bovendien heeft Jozua ruime ervaring met procedures bij de Hoge Raad en de lagere gerechten over de vernietiging en tenuitvoerlegging van internationale arbitrale vonnissen.

Jozua studeerde Nederlands recht (cum laude) aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij was daarna 10 jaar werkzaam als advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek, in het bijzonder in de cassatiepraktijk en op het gebied van corporate litigation.

Jozua wordt door zijn cliënten gewaardeerd als een scherp advocaat, een analytisch denker en een trusted advisor. Zijn cliënten kunnen altijd erop vertrouwen dat Jozua hun belangen voorop stelt.  Hij geeft zijn cliënten helder en eerlijk advies over de kansen en risico’s van de zaak. Zijn juridische kennis is zowel breed als diep. Op basis van een degelijke analyse raakt Jozua altijd de kern van het geschil. Wederpartijen vrezen hem om zijn messcherpe argumenten.

Recente werkzaamheden van Jozua van der Beek:

  • Optreden voor Chevron Corporation (USA) en Texaco Petroleum Company bij de Hoge Raad in een procedure tegen de Republiek Ecuador over een vordering tot vernietiging van een arbitraal vonnis op basis van een bilateraal investeringsverdrag (HR 26 september 2014, NJ 2015/318, ECLI:NL:HR:2014:2837);
  • Optreden bij de Hoge Raad in een procedure over gezag van gewijsde en de procedure tot erkenning van een buitenlands arbitraal vonnis (HR 31 maart 2017, NJ 2017/343, ECLI:NL:HR:207:555);
  • Optreden bij de Hoge Raad in een geschil over het recht op vrijheid van meningsuiting versus het recht op privacy bij de publicatie van een boek en de mogelijkheid voor een werkgever om op te komen voor de belangen van een werknemer (HR 31 maart 2017, NJ 2017/238, ECLI:NL:HR:2017:569);
  • Optreden bij de Hoge Raad in een procedure over de beweerde schijn van volmachtverlening en de grenzen aan toerekening op grond van het risicobeginsel (HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:143);
  • Optreden voor een vennootschap bij de Hoge Raad in een enquêteprocedure over rechtsverwerking, de Slotervaart-uitzondering op de kapitaaleis en de verplichting om tevoren schriftelijk de bezwaren kenbaar te maken (HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574);
  • Optreden voor een vennootschap bij de Hoge Raad in een procedure tegen de Staat over staatsimmuniteit van executie en uitleg van het Energiehandvest (HR 14 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2371);
  • Optreden voor Habitat bij de Hoge Raad in een geschil met een franchisenemer over de vraag of schade is geleden als gevolg van beweerde wanprestatie indien de partij die mogelijk is benadeeld door deze beweerde wanprestatie vervolgens een nieuw contract afsluit waardoor het beweerde nadeel wordt weggenomen (HR 23 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2180). Deze zaak geeft antwoord op de uitvoerige discussie in de literatuur over het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2009, NJ 2011/43 (Vos/TSN). De Hoge Raad verwijst naar zijn arrest van 8 juli 2016 over kartelschade met een vergelijkbare juridische problematiek.
  • Optreden voor de Nederlandse strafrechtadvocatuur (NVSA en NVJSA) bij de Hoge Raad met betrekking tot prejudiciële vragen in een zaak tegen de Staat over het recht op verhoorbijstand (HR 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2068);
  • Optreden voor een crediteur bij de Hoge Raad in een geschil met de faillissementscurator over verrekening in het zicht van faillissement en de strekking van artikel 54 Fw (HR 10 juli 2015, NJ 2015/353, ECLI:NL:HR:2015:1825);
  • Optreden voor een verzekeraar bij de Hoge Raad in een procedure tegen een verzekerde over een uitsluitingsclausule ter zake van voorwaardelijk opzet en waarbij niet expliciet schade als gevolg van rijden onder invloed van alcohol was uitgesloten van dekking onder de verzekering (HR 16 januari 2015, NJ 2015/263, ECLI:NL:HR:2015:83);
  • Optreden voor een pandhouder bij de Hoge Raad in een geschil over de overgang van schuldeisersbevoegdheden van de pandgever naar de pandhouder ten aanzien van een verpande vordering en de vraag of de pandgever ook na mededeling van het pandrecht nog bevoegd is afstand te doen van de verpande vordering (HR 21 februari 2014, NJ 2015/82, ECLI:NL:HR:2014:415).
Lawyer
Journal Jozua

Prejudiciële vragen aan het EHRM: een aankomend succes?

Jozua van der Beek / 09 jan 2017

Momenteel werkt het Nederlandse parlement aan de ratificatie van het 16e Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Daarna zullen de voor inwerkingtreding van het Protocol benodigde tien ratificaties waarschijnlijk…

Hoe werken contractuele boetes in faillissement?

Jozua van der Beek / 21 dec 2016

Een dwangsom kan gedurende het faillissement van de veroordeelde niet worden verbeurd (art. 611e lid 1 Rv). Een dwangsom die vóór de faillietverklaring is verbeurd, wordt in het passief van het faillissement niet toegelaten (art….

Van staatsaansprakelijkheid naar EU-aansprakelijkheid

Jozua van der Beek / 26 mei 2016

De Europese Unie brengt de gemoederen flink in beweging. De schrijnende vluchtelingencrisis vraagt om een Europese aanpak, maar de recente deal tussen de EU en Turkije is volgens velen in strijd met Europees en internationaal…