Forumkeuze en rechtskeuze bij onrechtmatige daad

bureau Brandeis / 29 jan 2016

Forumkeuze is een keuze voor een bepaald gerecht (denk aan een rechtbank dan wel arbitragecollege). Rechtskeuze is een keuze voor een bepaald recht. In de meeste overeenkomsten wordt een forumkeuze en rechtskeuze overeengekomen. Heel vaak gaat dit goed en levert het geen problemen op. Denk hierbij aan twee Nederlandse partijen die een rechtskeuze maken voor Nederlands recht en forumkeuze voor de rechter in Amsterdam. Als één partij tekort schiet  jegens de ander, kan bij de Amsterdamse rechter geprocedeerd worden onder Nederlands recht. Hoe verhoudt de forumkeuze en rechtskeuze zich met de onrechtmatige daad en dan met name in internationale geschillen?

Is er een alomvattende omschrijving van de forumkeuze en rechtskeuze?

Ingevolge artikel 14 lid 1 van de Rome II-verordening[1] zou een rechtskeuze zich ook kunnen strekken tot niet-contractuele gebeurtenissen zoals een onrechtmatige daad. Ingevolge artikel 25 van de EEX-verordening[2] zou een forumkeuze voor een rechter elders in de Europese Unie geldig kunnen zijn.

De vraag of een bepaalde forumkeuze en rechtskeuze zich daadwerkelijk uitstrekt tot een onrechtmatige daad, oftewel het bereik van die keuze, is regelmatig aan de orde geweest. De rechter keek in dergelijke gevallen bijvoorbeeld naar de tekst van de forumkeuze en rechtskeuze en vroeg zich af: is er sprake van een alomvattende omschrijving van de keuzen? Zodra hier sprake van was, bijvoorbeeld door het gebruik van woorden als “all disputes that arise out of this agreement or in connection therewith”, viel een eventuele onrechtmatige daad hier ook onder en waren partijen hieraan gebonden. Een uitzondering daarop was een geschil dat geheel los stond van de overeenkomst.[3]

Was het geschil redelijkerwijs voorzienbaar?

Aan deze lijn van redeneren is sinds mei 2015 een einde aan gekomen. Het Europese Hof van Justitie heeft namelijk in het Hydrogen Peroxide kartel arrest het volgende bepaald:[4]een beding dat abstract verwijst naar geschillen die in contractuele betrekkingen ontstaan, (…) geldt [niet] voor een geschil waarin een medecontractant betrokken raakt wegens een verbintenis uit onrechtmatige daad (…).”

Niet veel later heeft het gerechtshof Amsterdam in juli 2015 in het Natriumchloraatkartel arrest bovengenoemd arrest op de volgende wijze toegepast:[5]De benadeelde onderneming was niet bekend met de onrechtmatige mededingingsregeling en dat geschil was dus redelijkerwijs niet voorzienbaar toen zij met het beding instemde, zodat het geschil niet kan worden geacht zijn oorsprong te vinden in de contractuele betrekkingen (rechtsoverweging 70). (…) De onderhavige forumkeuzebedingen hebben blijkens hun formulering geen betrekking op geschillen betreffende aansprakelijkheid wegens een inbreuk op het mededingingsrecht, maar verwijzen in het algemeen (‘abstract’) naar geschillen die in contractuele betrekkingen ontstaan. De benadeelde ondernemingen kunnen daarom niet worden geacht te hebben ingestemd met een forumkeuze voor de beslechting van de vorderingen tot vergoeding van de schade die zij hebben geleden door de deelneming van Kemira aan de onrechtmatige mededingingsregeling.”

Op grond van bovengenoemde arresten moet worden bezien of een bepaald geschil inzake een onrechtmatige gedraging redelijkerwijs voorzienbaar was bij het sluiten van de overeenkomst. Als bovengenoemde redenering opgaat in het geval van een kartel (wat in feite een specialis is van bedrog) zou deze redenering ook op moeten gaan voor andere heimelijke afspraken zoals omkoping, fraude, andere vormen van bedrog en misschien ook andere vormen van onrechtmatige daad waar de wederpartij geen rekening mee had moeten dan wel kunnen houden. Het is daarom volgens ons verdedigbaar om er van uit te gaan dat een forumkeuze of rechtskeuze in dergelijke gevallen niet geldig is.

[1] Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (“Rome II”). Deze verordening heeft ingevolge artikel 3 een universeel karakter.

[2] Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (“EEX-verordening”).

[3] Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 17 september 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:4274, r.o. 4.12.

[4] Hof van Justitie 21 mei 2015, ECLI:EU:C:2015:335.

[5] Gerechtshof Amsterdam 21 juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3006.

Gerelateerde artikelen

Kwartaalbericht Kartelschade #1 2019

Hans Bousie & Louis Berger & Bas Braeken & Sophie van Everdingen & Nathan van der Raaij & Tessel Bossen / 22 okt 2019

Hierbij presenteren wij u het eerste kwartaalbericht van 2019 over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. U kunt het kwartaalbericht hier inzien. Ontvangt u de volgende editie van ons kwartaalbericht graag…

Kwartaalbericht Kartelschade #3 en #4 2018

Bas Braeken & Hans Bousie & Nathan van der Raaij & Sophie van Everdingen & Tessel Bossen / 03 okt 2019

Hierbij presenteren wij u het derde en vierde kwartaalbericht van 2018 over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. U kunt het kwartaalbericht hier inzien. Ontvangt u de volgende editie van ons…

Rechtspraak informatierecht week 29

Oskar Mulder / 19 jul 2019

bureau Brandeis publiceert regelmatig een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht. Week 29: 15 juli 2019 t/m 19 juli 2019 EHRM 25 juni 2019, no. 40477/13, Glaisen c. Suisse (Press release)(Inability of wheelchair user to access…