Brexit gaat naar Europees Hof

Christiaan Alberdingk Thijm / 08 feb 2018

Kunnen Britten ondanks Brexit toch Europees burger blijven? Die vraag gaat het Hof van Justitie van de EU (“HvJEU”) beantwoorden. De Amsterdamse rechter Bakels heeft op 7 februari 2018 besloten vragen van uitleg te stellen over het Europees burgerschap na Brexit. Het is de eerste keer dat een rechter het HvJEU vraagt wat de gevolgen van Brexit zijn voor de rechten van Britten na Brexit.

Op grond van het EU burgerschap mag iedere EU burger zich vrij vestigen in een andere Lidstaat en daar een bestaan opbouwen. Dit is wat 46.000 Britten in Nederland hebben gedaan. Zij genieten op dit moment dezelfde rechten als Nederlanders. Dat betekent dat zij in Nederland kunnen werken, een pensioen kunnen opbouwen en een gezin kunnen stichten. Ook hebben zij het recht om vrij te reizen in de EU.

Vijf Britse burgers woonachtig in Nederland, de stichting Brexpats en de vereniging Commercial Anglo Dutch Society (“CADS”) hebben een procedure aangespannen tegen de Staat der Nederlanden en de Gemeente Amsterdam over het behoud van hun EU burgerschap en de daaruit voortvloeiende EU rechten.

Christiaan Alberdingk Thijm, de advocaat die de eisers bijstaat: “Theresa May heeft gezegd: Brexit means Brexit. Nu mag het Europese Hof gaan uitleggen wat dat echt betekent voor mijn cliënten. Eens een Europees burger, altijd een Europees burger? Of kan het burgerschap je buiten je wil worden ontnomen?”

Rechter Bakels stelt in zijn vonnis voorop dat het verdedigbaar is dat de Britten hun EU burgerschap verliezen, maar hij oordeelt dat dit niet noodzakelijk het geval is. Hij geeft daar verschillende argumenten voor.

Verworven rechten

De rechter geeft in de eerste plaats aan dat mogelijk sprake is van verworven rechten. De eisers konden volgens hem niet voorzien dat een Brexit ook tot gevolg zou hebben dat “dit zou kunnen leiden tot het verlies van onder meer hun recht om te wonen en te werken in andere EU-lidstaten”.

Zelfstandige bron

Vervolgens wijst hij erop dat het HvJEU het EU burgerschap ruim uitlegt. “Eenmaal rechtmatig verkregen, is het EU-burgerschap een zelfstandige bron van rechten en verplichtingen die niet zonder meer kunnen worden beperkt of aangetast door nationaal overheidsoptreden.”

Bescherming tegen de meerderheid

Ook wijst Bakels erop dat in een democratie de minderheid beschermd moet worden tegen de wil van de meerderheid. “Het behoort tot het wezen van een democratische rechtsstaat dat, op individueel niveau, diegenen die tot een sociale of politieke minderheid behoren in rechte tot op zekere hoogte bescherming ondervinden tegenover de wil van de meerderheid.”

Nieuwe vorm van burgerschap

Hij benadrukt dat het EU burgerschap een bijzondere vorm van burgerschap vormt, dat geldt naast het burgerschap van een land. Het is een “nieuwe, transnationale, vorm van burgerschap”. Het doel van dit burgerschap is de burgers van de EU-lidstaten te verenigen en hun onderlinge solidariteit te verhogen. Daarom is het volgens de rechter verdedigbaar dat die solidariteit meebrengt dat de burgers van andere EU-lidstaten de eisers “niet in de kou laten staan”.

Kinderen

Ten slotte wijst Mr Bakels erop dat het verlies van EU burgerschap en aanverwante rechten ook nadelige gevolgen kan hebben voor kinderen die hier geboren zijn. Wanneer hun ouders het land moeten verlaten vanwege het verlies van verblijfsrechten tast dat ook hun kinderen aan in het “effectieve genot” van hun rechten.

Stephen Huyton, zegt namens de eisers het volgende: “We zijn natuurlijk heel blij met deze uitspraak. We moeten ons wel realiseren dat dit slechts een eerste stap is om duidelijkheid te krijgen over wat het EU burgerschap betekent. Dat is niet alleen van belang voor de 46.000 Britten die in Nederland wonen, maar ook voor de 1,2 miljoen Britten op het vasteland van Europa.”

Huyton, woont al 24 jaar in Nederland en heeft drie kinderen. Net als andere Britten mocht hij niet stemmen tijdens het Brexit referendum, omdat hij langer dan 15 jaar in het buitenland verblijft.

bureau Brandeis

bureau Brandeis, het advocatenkantoor dat de zaak behandelt, doet dat vanuit haar missie maatschappelijk relevante rechtsvragen aan te kaarten bij de rechter. Het kantoor heeft de zaak grotendeel pro deo behandeld. bureau Brandeis is ook betrokken bij een zaak tegen de Staat over de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (“Wiv”). Die zaak ligt nu bij de Hoge Raad. Ook stond het kantoor de strafrechtadvocatuur bij in een geschil met de Staat over het recht op verhoorbijstand. Het kantoor heeft ruime ervaring met het voeren van zaken voor het HvJEU.

Voor meer informatie over het kort geding, kunt u contact opnemen met:

Christiaan Alberdingk Thijm

+31 20 7606505

Christiaan.alberdingkthijm@bureaubrandeis.com

 

Meer informatie vindt u via de links hieronder:

https://www.bureaubrandeis.com/update-kort-geding-over-de-brexit-en-het-eu-burgerschap/

https://www.bureaubrandeis.com/kort-geding-brexit-en-eu-burgerschap/

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:605

 

Gerelateerde artikelen

Kwartaalbericht Kartelschade #1 2019

Hans Bousie & Louis Berger & Bas Braeken & Sophie van Everdingen & Nathan van der Raaij & Tessel Bossen / 22 okt 2019

Hierbij presenteren wij u het eerste kwartaalbericht van 2019 over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. U kunt het kwartaalbericht hier inzien. Ontvangt u de volgende editie van ons kwartaalbericht graag…

Kwartaalbericht Kartelschade #3 en #4 2018

Bas Braeken & Hans Bousie & Nathan van der Raaij & Sophie van Everdingen & Tessel Bossen / 03 okt 2019

Hierbij presenteren wij u het derde en vierde kwartaalbericht van 2018 over ontwikkelingen op het gebied van cartel damage litigation van bureau Brandeis. U kunt het kwartaalbericht hier inzien. Ontvangt u de volgende editie van ons…

Rechtspraak informatierecht week 30

Oskar Mulder / 26 jul 2019

bureau Brandeis publiceert regelmatig een selectie van rechtspraak in het kader van het informatierecht. Week 30: 22 juli 2019 t/m 26 juli 2019 EHRM 25 juli 2019, no. 47542/07, Brzezinski v. Poland (Press release)(Violation of article 10. Breach of…