Met een verbod op de boerkini overschrijdt Frankrijk duidelijk grenzen

Christiaan Alberdingk Thijm / 30 aug 2016

Het omstreden boerkiniverbod op de stranden in Zuid Frankrijk is voorlopig van de baan. Dat heeft de Franse Raad van State vrijdag bepaald. De uitspraak is geen verrassing. Het boerkiniverbod vormde een kwalijk staaltje symboolpolitiek. Verontrustend is dat de maatregel nog steeds steun krijgt van politici, onder wie de Franse premier Valls.

Het Financieele Dagblad, 30 augustus 2016

Door: Christiaan Alberdingk Thijm en Esther Janssen

Boerkiniverbod

De door burgemeesters van zo’n dertig badplaatsen uitgevaardigde maatregel verbiedt ‘strandkleding die ostentatief religieuze affiliatie laat zien’. De boerkini  wordt in de lokale decreten niet genoemd. Duidelijk was echter dat dit kledingstuk, uitgevonden in Australië, het doelwit was van de verordeningen. Nadat de eerste moslima’s in boerkini werden bekeurd, spraken velen wereldwijd hun afschuw uit over de Franse maatregel.

Laïcité

Het boerkiniverbod past in een Franse traditie. De Franse Republiek kent een zeer strikte scheiding van kerk en staat. Op grond van het Franse secularisme, de ‘laïcité’, is het dragen van religieuze symbolen in publieke instituties en functies verboden. Frankrijk kent dan ook de strengste hoofddoek-wetgeving in Europa. In 2004 verbood de Franse wet alle religieuze symbolen in publieke scholen. Kinderen mogen geen kruisje, hoofddoek, Joods keppeltje of een tulband naar school dragen. In 2010 verbood de Franse wet de gezichtbedekkende boerka op alle publieke plaatsen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde in 2014 met de nodige kanttekeningen dat die wetgeving niet in strijd is met de godsdienstvrijheid en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.

Boerkaverbod

Met het boerkiniverbod is Frankrijk duidelijk de grenzen die het Europese Hof markeerde te buiten gegaan. In de zaak uit 2014 over het boerkaverbod was van doorslaggevend belang dat de boerka het gehele gezicht bedekt. Het boerkaverbod diende volgens de Franse regering de belangen van sociale interactie, noodzakelijk voor een democratische samenleving. De boerka belemmert volgens de Franse wetgever de sociale communicatie en de vereisten om samen te leven. Het Europese Hof, duidelijk aarzelend, gaf de Franse wetgever het voordeel van de twijfel.

Sociale interactie

Een bij nationale wet ingevoerd boerkiniverbod zal bij het Europese Hof geen genade vinden. Het verbod leidt niet tot meer sociale interactie. Integendeel. Tegenstanders wijzen er juist op dat de boerkini wordt gedragen door vrijgevochten moslima’s. Conservatieve moslima’s zouden de boerkini niets vinden omdat met het dragen van het kledingstuk vrouwelijke lichaamsvormen worden getoond. Een verbod leidt ertoe dat de gematigde moslima’s het strand zullen mijden.

Integratie is een voorwaarde voor sociale interactie. Een samenleving die dragers van bepaalde kleding niet accepteert, is een samenleving die tot uitsluiting leidt, niet tot interactie.

Kansloos

In reactie op de uitspraak van de Raad van State heeft premier Valls aangegeven dat de discussie over het boerkiniverbod hiermee niet ten einde is. Of hij hiermee zinspeelt op de invoering van nationale wetgeving over de boerkini is niet duidelijk. In een verkiezingsjaar waarin de regerende socialistische partij in de peilingen op achterstand staat, wordt het badpak gebruikt voor politieke retoriek. Oud-president Sarkozy van de oppositiepartij Les Republicains pleit voor een hoofddoekverbod op Franse universiteiten. Een kansloos pleidooi want in 2005 oordeelde het Europese Hof al dat een hoofddoekverbod voor een studente op een Turkse universiteit in strijd was met de godsdienstvrijheid.

Frankrijk is een land in verwarring. De aanslagen in Parijs en Nice, de opkomst van extreem-rechts en de aanhoudende noodtoestand dreigen het land te verscheuren. In zo’n situatie moeten politici het hoofd koel houden. Pleiten voor de invoering van wetgeving die evident in strijd is met fundamentele rechten helpt niet. Het tart het wezen van de rechtsstaat.

Christiaan Alberdingk Thijm en Esther Janssen zijn respectievelijk advocaat en wetenschappelijk medewerker bij bureau Brandeis en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Gerelateerde artikelen